Messiah: vocalisten voorop!


In de afgelopen 7 jaren heb ik met heel veel plezier Messiah gedirigeerd. Telkens als ik voor het ensemble van uitmuntende zangers en instrumentalisten stond voelde ik me een bevoorrecht mens.

Ik werkte vanuit de gedachte dat ik op elk moment de volledige dramatische werking van het verhaal tot mijzelf moest laten doordringen en dat ik wat ik daarin hoorde en wat dat met me deed op een lichamelijke manier moest delen met de musici. Je zou kunnen zeggen dat dat een laat negentiende-eeuwse opvatting is van de taak van een dirigent. Ik leidde dus historisch geïnformeerde uitvoeringen van een barok werk (Messiah werd in 1741 geschreven) op een manier die bij de uitvoeringspraktijk paste die zo’n anderhalve eeuw later ontstond.

Ik vind dat daar helemaal niets verkeerds aan is; het gaat mij er altijd alleen maar om dat de muziek zo sprekend mogelijk over het voetlicht komt, mijn rol is ondergeschikt aan dat doel.

Maar toch; in de afgelopen jaren leerde ik in onze Matthäus productie wat er kan gebeuren met een ensemble als je ook in grote ensemble stukken leiding geeft vanaf de viool en niet als dirigent op de bok. Bovendien heeft recent onderzoek aangetoond dat Händel zelf bij de eerste uitvoeringen van Messiah helemaal achteraan in het ensemble achter het orgel zat en dat de zangers hem niet konden zien. Dat bracht me er toe om dit jaar te onderzoeken wat er met Messiah gebeurt als ik speel en niet dirigeer.

Ik maakte een proefopstelling met lessenaars en stoelen op een leeg podium in de stadsgehoorzaal in Leiden (dat was destijds ook de eerste stap met Matthäus) om vanuit de positie van elke zanger en speler te kunnen beoordelen wat de zichtlijnen zijn en in te schatten wat iedereen wel en niet zou kunnen horen.

Dat gaf me de overtuiging dat het kan.

Vervolgens heb ik een verdeling gemaakt met 8 koor- en 8 solo-zangers om vast te stellen met welke bezetting we elk stuk zouden uitvoeren.

Nadrukkelijker dan in andere jaren zijn de zangers nu het gezicht van de productie; solisten en koorzangers staan vooraan in de opstelling.

In de repetities heb ik de zangers gevraagd een beroep te doen op hun innerlijke Susanna Cibber.

Zij was de actrice/zangeres die bij de premiere van Messiah in 1741 in Dublin, zo indringend vertolkte dat dominee Patrick Delany spontaan uitriep : “mogen al uw zonden hierom vergeven zijn”.

Er wordt verondersteld dat Cibber, die een scandaleuze reputatie had als actrice, niet zozeer met de kwaliteit haar stem, maar vooral met haar theatrale voordracht, het publiek tot tranen toe bewoog.

Ik vraag van de zangers niet dat ze zich als acteurs manifesteren, maar wel dat ze zich met het hart en ziel én met lijf en leden verbinden met de tekst.

Voor elk koor en ook voor elke aria werken we met sleutelwoorden die een dramatische context geven waarbinnen we musiceren.

Als dirigent heb ik dat ook al die jaren zo gedaan, in mijn pogingen om het verschil tussen de drie delen gestalte te geven.

In het eerste deel gaat het om hoop en verwachting, in de tweede deel om de pijn, het verdriet en de triomf van het passieverhaal, en in het derde deel om een meer beschouwelijke sfeer, omdat het daar gaat om het leven na de dood. Tegen die achtergrond krijgt elk deel een eigen meer specifiek karakter. Omdat de verschillen tussen de drie delen zo groot zijn, hecht ik er aan om twee (korte) pauze’s te hebben zodat u en wij de gelegenheid hebben ons in te stellen op het wat er komen gaat.

Nieuwsgierig geworden? U kunt zelf meemaken hoe nabij de zangers zijn.


Waar spelen we de Messiah? >>

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.