Heden geen violen!

Zodra ik het requiem van Fauré had gekozen als hoofdonderdeel van het programma voor Allerzielen 2015 met de Nieuwe Philharmonie Utrecht, wist ik dat het een bijzondere opgave zou worden om een passende eerste programmahelft samen te stellen.

 

Gereconstrueerd Requiem van Fauré

Als sinds mijn tienerjaren houd ik enorm veel van het requiem van Faure.
Fauré schreef het werk voor een kleine bezetting met behalve het koor en twee solisten, lage strijkers, orgel en enkele blazers.
Ondanks het feit dat er aanvankelijk nog al wat kritiek was op het stuk, was er toch ook al snel veel waardering. De groeiende populariteit van het werk was voor Fauré aanleiding om de orkestratie uit te breiden, totdat er uiteindelijk ook een versie was voor volledig symfonieorkest.
Ik zie die uitbreidingen als een knieval van de componist om de verspreiding van zijn werk te bevorderen.
Natuurlijk werd het requiem door de aanpassingen gemakkelijker programmeerbaar in reguliere circuits van symfonieorkesten en oratorium verenigingen, maar het oorspronkelijke karakter en de intieme kracht van het werk werden er zeker niet mee versterkt.
Daarom kies ik voor een door musicoloog en dirigent John Rutter aan de hand van handschriften en documenten van de Bibliothèque Nationale in Parijs, zorgvuldig gereconstrueerde vroege versie van het werk.
Meest opvallende kenmerk van ie vroege bezetting is de afwezigheid van violen (en de hoge houtblazers) . De strijkers zijn: 5 altviolen, 5 celli, 2 contrabassen en 1 enkele viool voor solo’s in het Sanctus (deel 3) en In paradisum (deel 7).

 

Brahms vooraf

Met deze keuze was meteen ook het probleem van een geschikte eerste helft van het programma verscherpt; niet alleen moest ik een muzikaal passende eerste helft zien te vinden, maar idealiter zou ook die eerste helft zonder violen moeten kunnen worden uitgevoerd.

Het is mijn droom om met de NPU alle werken voor orkest van Brahms uit te voeren. Ik denk dat het mogelijk is om op basis van mijn eigen onderzoek naar de negentiende eeuwse uitvoeringspraktijk van de werken met de internationale groep van uitzonderlijke musici waaruit we het orkest kunnen samenstellen, tot een relevante en onderscheidende interpretatie van Brahms te komen.
Hoewel de combinatie Brahms-Fauré op het eerste gezicht misschien niet zo voor de hand ligt, dook ik toch de literatuur in op zoek naar geschikte stukken van Brahms die met de middelen die ook voor Fauré nodig waren, uitvoerbaar zouden zijn.

 

Serenade

Meteen viel mijn oog op Serenade opus 16. Dit stuk neemt binnen het repertoire ook een uitzonderingspositie in vanwege het ontbreken van violen. Ik koos het eerste deel, het Allegro moderato en het derde deel, het Adagio non troppo.
Toen Brahms het manuscript van het Adagio aan Clara Schumann stuurde, schreef hij in een begeleidend briefje dat hij hoopte dat een trouw gemoed en een liefdevol hart hier in tonen tot klinken waren gebracht.
Clara voelde zich bijzonder aangesproken door het stuk en meende dat het werk iets kerkelijks had; het Adagio deed haar denken aan een Eleison, als in kyrie eleison; Heer ontferm u).

 

Begräbnisgesang opus 12

Daarna ging ik op zoek naar werken die met een koor van 16 zangers goed zouden kunnen klinken. Brahms hield enorm van de vroege Duitse componisten en was een groot kenner van Bach en Buxtehude. In zijn koorwerken kun je dat ook duidelijk horen.
Al snel werd mij duidelijk dat de vraag niet zou zijn; Hoe vind ik geschikte stukken voor dit programma? maar: welke geschikte stukken kies ik?
Ik koos het eerste deel van het Deutsches Requiem, het Begräbnisgesang en het Geistliches Lied.

Brahms schreef dit kleine meesterwerk in 1858, twee jaar na de dood van Robert Schumann, met wie Brahms bevriend was.
De instrumentatie is opvallend: hobo’s, klarinetten, fagotten, hoorns, trombones en pauken. Je ziet het hele gezelschap zo aan een graf staan; de bezetting is uitermate geschikt voor een uitvoering in de open lucht.
Het stuk begint en eindigt met een melodie in mineur die Brahms zelf schreef, maar die even goed uit een oud Luthers koraal had kunnen komen. Dat past ook heel mooi bij de oude quasi-lithurgische tekst (1531) van Michael Weisse.
Uit de manier waarop Brahms het koor van blazers (met name de trombones) soms tegenover het koor van zangers plaatst, kunnen we opmaken dat hij het werk van Venetiaanse componisten als Gabrieli, met zijn cori sprezzati (opgedeelde koren) goed kende.
De spanningsboog van het werk is schitterend; Brahms brengt de sopranen pas binnen in de opbouw naar de climax in de derde stanza op de tekst:

Seine Seel lebt ewig in Gott,
Der sie allhier aus seiner Gnad
Von aller Sünd und Missetat
Durch seinen Bund gefeget hat. 

In de middensectie in majeur, wanen we ons in de wereld van de Bach cantates.
Aan het slot zwijgen de sopranen. De pauken hebben een opvallende dramatische inbreng, vergelijkbaar met die in Brahms’ latere grotere koorwerken als het Requiem of het Schiksalslied.
Het Begräbnisgesang is een geweldig beeldende compositie, die zelden wordt uitgevoerd en die wat mij betreft veel grotere bekendheid verdient.
Ik heb het stuk hier centraal in de eerste helft van gezet, op een ereplek in het programma.

 

Geistliches Lied

Het Geistliches Lied opus 30 is Brahms’ vroegste compositie voor koor met begeleiding, hij schreef het op 24 jarige leeftijd in 1856. Brahms toont een meesterlijke beheersing van het contrapunt; het stuk bestaat uit een dubbelcanon voor vierstemmig koor waarin de tenor de sopraan volgt en de bas de alt.
In het indrukwekkende Amen waarmee het stuk eindigt draait hij dit om; de alt volgt de bas en de tenor de sopraan.
Behalve heel kunstig, is het stuk ook heel effectvol; de sfeer van de tekst van Paul Fleming wordt door Brahms prachtig getroffen en uitvergroot.
Ik heb de oorspronkelijke orgelpartij bewerkt voor lage strijkers, omdat mij dat mooi leek passen binnen de opzet van het programma.

 

Ein deutsches Requiem

We beginnen het programma met het eerste deel van Brahms’  Ein deutsches Requiem, nach Worten der heiligen Schrift, op. 45; Selig sind die da Leid tragen.
Anders dan Fauré schreef Brahms zijn Requiem wel voor een volledige symfonische bezetting. Maar in het eerste deel zwijgen de violen. Dat gaf me de mogelijkheid om juist dit deel op te nemen in het programma.
Eerlijk gezegd heb ik daar wel over geaarzeld; na de pauze klinkt immers al een volledig requiem. Wat uiteindelijk de doorslag gaf is de tekst waarmee het eerste deel begint, daarmee wilde ik heel graag ook de avond beginnen.
Er wordt wel beweerd dat Brahms een requiem schreef voor de levenden, waarin hij niet zozeer het leven na de dood belicht maar meer troost wil bieden aan de overlevenden.
Een requiem ook waarin hij de dogma’s uit de kerk wegliet en een andere tekst koos dan die die de liturgie van de dodenmis voorschrijft.
Dat mag zo zijn maar deze tekst komt uit de bijbel; uit de Bergrede om precies te zijn.
Een kernbegrip uit de rede is barmhartigheid. Dat voert terug op het Hebreeuwse Chesed (trouw) en dat begrip omvat zowel het medeleven en de daadwerkelijke hulp, die iemand in nood mag verwachten van zijn directe naasten en verwanten, als ook die, waar je geen recht op hebt, maar die je vrijwillig geschonken wordt en die door de Eeuwige aan de gelovigen als levenshouding wordt opgedragen.
Langs die weg worden de degenen die leed dragen getroost; zij ondervinden barmhartigheid.

 

Wilt u zelf meemaken en -voelen wat Johannes beschrijft?

Boek dan snel hieronder kaartjes voor één van de drie concerten.

requiem faure leertouwer npu utrecht den haag leiden

Leertouwer dirigeert het Requiem van Faure

 

1 reactie op Heden geen violen!

  1. Ria ten Kate zegt:

    Geachte heer Leertouwer,

    Afgelopen maandag ben ik bij de uitvoering van het Allerzielenconcert geweest in Vredenburg.
    Het was een mooie avond! Vooral van de uitvoering van het Requiem van Fauré heb ik genoten. Prachtig met zo’n kleine, intieme setting.

    De teksten van Anne Vegter pasten goed bij de gekozen muziek.
    Vooral door de tekst over de beschermengelen was ik gegrepen. En natuurlijk ben ik gaan speuren op internet, om de tekst te vinden. Dit is me helaas niet gelukt.

    Heeft u misschien het e-mailadres van Anne Vegter voor mij? Of heeft u de tekst?
    Ik zou deze graag nog eens lezen en op me in laten werken.

    Met vriendelijke groeten,

    Ria ten Kate

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.