Muziek en troost: Requiem van Faure

Als student had ik het ongelofelijke voorrecht om een aantal seizoenen te mogen remplaceren in het – toen alleen in naam nog niet – Koninklijke Concertgebouw Orkest. Zo leerde ik van binnenuit de werking van dit excellente orkest kennen en kreeg ik ook de kans om heel veel fantastisch repertoire te spelen en uitzonderlijke dirigenten van dichtbij mee te maken.

Allerlei indringende muzikale ervaringen uit die tijd draag ik nog steeds met me mee. Ook een diep respect voor orkestmusici die jaar in jaar uit in staat zijn om met grote liefde voor de muziek alles in het veld brengen om tot het allerbeste individuele en collectieve resultaat te komen, is iets dat ik meeneem uit die periode.

De realisatie dat ik geen vaste positie in een orkest ambieerde stamt uit diezelfde tijd. Dat heeft alles te maken met de functie en de beleving van muziek in onze samenleving. Voor mij was er te veel comfort, te veel geruststelling, te veel vanzelfsprekendheid in het reguliere orkestencircuit.

Daarom zocht en zoek ik mijn weg in de wereld van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk met projectorkesten en ensembles. Met alle nadelen die de triomf van het experiment over de routine ook met zich meebrengt, voel ik me daar het meest thuis. Ik wil dat muziek niet in een museale sfeer wordt geheiligd, maar dat steeds voelbaar is dat oude muziek ooit nieuw was. Dat onze geliefde composities ooit fel omstreden waren. Dat de muziek ontregelt, emotioneert en tot denken aanzet. Dat uitvoerenden en publiek ervaren dat de muziek die kracht ook nu nog heeft.

Destijds, als opstandige student in het KCO, verzette ik me tegen de troostende werking van de muziek. Ik vond het geweldig als een deel van het publiek geschokt reageerde wanneer Nicolaus Harnoncourt de koperblazers zo hard liet spelen in Haydn en Mozart symfonieën dat hun toon vervormde en je het materiaal van hun instrumenten hoorde (cuivré; koperachtig heet dat). Ook later in mijn loopbaan, als concertmeester van de Nederlandse Bach Vereniging had ik moeite met het comfort in en om de beleving van de muziek. De persoonlijke kussens en de picknickmanden van het Naardense Matthäus publiek waren mij een doorn in het oog.

Nationaal Allerzielen Concert

In de afgelopen jaren is er iets veranderd in mij waardoor ik nu anders met deze problematiek (want dat is het) omga. Niet in de laatste plaats door de samenwerking met de sponsor van de Nieuwe Philharmonie Utrecht, de uitvaartonderneming Tap, nu Tap-Dela, ben ik gaan inzien dat de troost die muziek kan bieden iets van onschatbare waarde is in het leven.

En ik heb geleerd dat ik wel alles dat de muziek in zich heeft om nieuw en avontuurlijk te klinken mag opzoeken en over het voetlicht brengen, maar dat ik er niet over ga wat mensen daarmee doen of hoe ze dat ervaren.

Mijn volgende stukje gaat over de troostende werking van het programma dat ik maakte voor Allerzielen. Op 31 oktober spelen we in de stadsgehoorzaal in Leiden, op 1 november in de nieuwe kerk in Den Haag en op 2 november in de grote zaal van Tivoli Vredenburg. Kom daar naar toe als u kunt. De muziek is hartverscheurend mooi. De eerste zin die gezongen wordt in dat programma is deze: “Selig sind die da Leid tragen den sie sollen getröstet werden.”

Daarover komende week meer.

requiem faure leertouwer npu utrecht den haag leiden
dirigent Leertouwer dirigeert het Requiem van Faure

 

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.